Al jaren liggen de handschoenen van mijn inmiddels overleden opa, naast mijn borduurmachines. Ik heb ze daar ooit “even” neergelegd, en vervolgens nooit meer opgeruimd. Net als de rest van de rondzwervende rommel.
Deze handschoenen (door mijn oma gebreid) zijn voor mij een dierbare herinnering aan een lieve opa. Hij is inmiddels al zo’n 20 jaar geleden overleden, maar nog steeds heb ik veel redenen om nog vaak aan hem te denken. En één van de redenen zijn die handschoenen.
Opa raakte, voor dat ik geboren werd, invalide door een bedrijfsongeval waarbij hij onder andere vingers verloor. Voor hem moet dat zeer ingrijpend zijn geweest, maar dat had ik als kind natuurlijk niet in de gaten. Het was voor mij toen alleen maar leuk omdat hij er gekke fratsen mee uit kon halen. Maar later ga je beseffen wat zoiets betekent voor iemand. En na zijn overlijden heb ik zijn handschoenen bewaard als aandenken aan een hele lieve en dappere man.
En gisteren kregen ze ineens nog een andere betekenis. Want, om de peesschede-ontsteking in mijn rechterduim goed te kunnen laten genezen, is een spalk gemaakt die ik 6 weken moet gaan dragen. Een noodzakelijk kwaad, ik weet het. Maar ook super vervelend. Eerst vorig jaar zomer een blessure door een uitgeschoten mes en nu dit. Dat betekent een hoop gedoe. Vooral voor mijn werk. Dat gaat nu een stuk moeizamer. Sommige dingen zijn erg lastig en andere gaan, tot nu toe, helemaal niet.
Ik liep dus te balen, te mopperen en te zeuren. Totdat ik die handschoenen zag liggen. Toen besefte ik me dat 6 weken in een spalk geen reden zijn om mijn humeur te laten bederven. Mijn opa was jonger dan ik nu en verloor voor de rest van zijn leven onder andere zijn rechterduim. En ondanks dat kon hij alles. En ook bij hem ging dat niet altijd goed, maar hij werd toch een prima fietsenmaker. Dus wat zeur ik nou!





































